DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
Het Roodborstje
In het vogelrijk zijn het meestal enkel de mannetjes die zingen.
Bij het roodborstje zingt ook het vrouwtje.
Vogels die zingen, doen dit vooral om hun territorium te markeren en een partner te lokken.
Roodborstjes zingen het hardst, langst en indringendst in de lente als ze op zoek zijn naar een partner.
Het gezang in de vroege ochtend heeft meestal te maken met de afbakening van het territorium.
Anders dan de meeste van onze vogels, zingen roodborstjes bijna het hele jaar door.
Als ze in de nazomer in de rui zijn, worden ze duidelijk stiller.
In de nazomer en de herfst zingen zowel jonge als volwassen vogels van beide geslachten hun herfstzang dat zachter en melancholieker klinkt en bedoeld is om het winterterritorium aan te geven.
Mannetjes beginnen vaak al in februari met hun voorjaarslied.
Zodra de keuze op een wijfje gevallen is, lokt het mannetje het vrouwtje door het aanbieden van voedsel.
Hij brengt het vrouwtje smakelijke hapjes waar zij met trillende vleugels om vraagt.
Het roodborst-vrouwtje krijgt door het warme lenteweer de drang om een nest te bouwen, zij is de bouvakker.
Het komvormige nest, dat bestaat uit bladeren, gras en plantenwortels en gevoerd is met haar wordt vlak bij de grond in dicht kreupelhout gebouwd.
In de buurt van huizen bouwen roodborstjes hun nesten vaak tussen de fundering van veranda's en in struikgewas.
Ze laten zich ook weleens verleiden door een nestkastje dat op een geschikte, verborgen plek hangt.
Er wordt van april tot juli gebroed, maar vaak proberen roodborstjes al in februari te nestelen.
Zodra het wijfje haar eieren gelegd heeft, blijft ze elf tot veertien dagen op het nest zitten, waar alleen nog haar bruine rug te zien is die een prima schutkleur heeft.
Gedurende deze tijd wordt zij door het mannetje gevoerd, soms wel drie keer per uur.
Beide ouders verzorgen om de beurt de jongen na 14 dagen zijn ze vliegvlug.
Nog voor de winter zoeken ze een eigen territorium.
Jonge roodborstjes hebben een gevlekte borst, doordat de bleekgekleurde veren een bruine top hebben.
In de eerste maanden nadat ze uitgevlogen zijn, ruien de jonge roodborstjes voor het eerst.
Alle veren worden vervangen door het volwassen verenkleed.
Vogels die een vroeg eerste legsel hebben, kunnen nog een tweede keer broeden.
Het gebeurt nogal eens dat het wijfje alweer op nieuwe eieren zit terwijl het mannetje zich nog bekommert om de jonge vogels uit het eerste broedsel, die net aan uitvliegen toe zijn
Het roodborstje is helemaal niet vriendelijk, hij is zelfs erg onverdraagzaam.
Hij palmt een gebied in van 6000 tot 8000 m², en dat terwijl hij zo'n groot territorium helemaal niet nodig heeft.
Er is vastgesteld dat territoriumgevechten tussen twee mannetjes er zeer fel aan toe gaan.
Zelfs als men een mannetje een lapje oranje stof voorhoudt wordt het al enorm agressief.
Hij wipt naar de bedreiger plaatst zich demonstratief voor hem, zet zijn borst uit, schudt zijn lichaam heen en weer en stormt tenslotte al pikkend naar zijn belager.
Zijn oranjerode borst dient in feite om eventuele indringers in zijn territorium af te schrikken.
Op het ogenblik dat het mannetje een rivaal in zijn gebied bemerkt, fungeert de gekleurde borst als een middel om angst aan te jagen.
Het roodborstje steekt zijn borst vooruit en beweegt tegelijkertijd zijn lichaam heen en weer, meestal kiest de indringer dan het hazenpad.
Om al deze energie te kunnen opbrengen heeft hij dan ook een sterk hartje nodig, maar dat heeft hij.
Gedurende het vliegen klopt het hart van de roodborst meer dan acht maal zo snel als dat van een mens!
Wij denken dat we hetzelfde roodborstje het hele jaar door zien, maar dit is maar schijn.
In Zuid-Europa trekt het roodborstje niet weg in de winter, maar de vogels in ons landje trekken in de winter meer zuidwaarts.
Het roodborstje van de Scandinavische landen komt hier bij ons overwinteren en zoekt elk jaar opnieuw zijn vertrouwde plekje op.
Al lijkt het er dan op dat we steeds hetzelfde vogeltje zien.
Het zoekt dan op de grond naar kleine dieren, maar moet zich ook tevreden stellen met allerlei zaden en bessen om in leven te kunnen blijven.
|
|