DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
Koikarpers
Herkomst van de Koi
De Nishikigoi, zoals de Japanners de koi noemen, is de nationale vis van Japan.
'Nishiki' betekent 'kleurig kleed' en 'goi' komt van 'goior Koi' wat karper betekent.
Het betekent dus eigenlijk gekleurde karper.
Dat is ook de reden waarom de koi zo populair is, de prachtige kleuren en tekeningen van de vis.
Men vermoedt dat de karper (Cyprinus Carpio) uit Iran komt.
Deze in het wild levende vis, die uitstekend voedsel vormde, werd ongeveer 1000 jaar geleden door handelaars overgebracht naar Japan, China en West-Europa.
Tussen 1820-1830 werden koi voor het eerst gekweekt in de Japanse stad Ojiya, in de prefectuur Niigata.
Karpers werden gegeten en men kon ze bewaren voor consumptie in de winter.
Deze bruinige vissoort vertoonde af en toe rode en blauwe kleuren en door selectief met zulke vissen te kweken, slaagde men erin nieuwe kleuren te ontwikkelen.
Pas rond 1870 ontstond de rood-witte Kohaku. Vele andere variëteiten die nu erkend zijn, werden rond 1930-1940 gekweekt en er komen nog steeds nieuwe vormen bij.
In Europa ontstond een mutatie met vrij weinig, grote, glanzende schubben.
Deze spiegelkarper werd van Duitsland naar Japan gebracht, waar hij werd gekruisd en uiteindelijk als eigen soort werd erkend (de Doitsu koi-soorten).
De koi heeft een andere oorsprong als de goudvis.
De goudvis (Carassius Auratus) heeft dezelfde voorouders als de kroeskarper (Carassius Carassius) en werd gekweekt in China, waar de karperkweek al ten minste 2000 jaar bestond.
Goudvissen worden ook niet zo groot als koi en ze zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden door de paar tastdraden op de bovenlip die de goudvis niet heeft.
Vooral in Japan is het houden van koi een zeer populaire bezigheid, ook al zien we het in Europa ook steeds vaker.
Er zijn bij wedstrijden tal van prijzen te winnen.
Sinds de tweede wereldoorlog heeft Japan vele duizenden koi naar het Westen geëxporteerd.
Liefhebbers in Noord-Amerika en West-Europa zijn ook zelf begonnen met het kweken ervan.
Ook in Israël en Singapore worden koi gekweekt, maar ook die zijn van mindere kwaliteit in vergelijking met die uit Japan.
De echte grote prijswinnaars komen nog steeds uit Japan ondanks de steeds groter worden concurrentie uit andere landen.
De Ideale omstandigheden
Onder ideale omstandigheden kunnen koi in Japan wel 95 cm lang worden.
Kwekers hebben inmiddels de magische grens van 1m. te bereiken.
In Europa en Amerika komt men, als gevolg van gebrek aan ervaring ten opzichte van de Japanners, niet verder dan ongeveer 70 cm.
Tijdens de laatste Japanse Koi show werd zelfs een Chagoi van maar liefst 135 cm getoond.
De levensduur van een koi is van veel factoren afhankelijk, zoals de waterkwaliteit, temperatuur, soort voedsel en algemene levensomstandigheden.
De legende bestaat van Hanako, een 200 jaar oude koi uit Japan, maar waarschijnlijk is het ook niet meer dan een legende.
De leeftijd van 60 jaar moet zeker te halen zijn, onder ideale omstandigheden wel te verstaan.
Alle koi behoren tot één soort, de Cyprinus Carpio, waar ongeveer honderd kleurvariëteiten uit zijn ontwikkeld.
Het is echter mogelijk dat afstammelingen van de ene variëteit behoren tot een andere variëteit.
Er komen nog steeds nieuwe variëteiten bij.
Als je meer over Koikarpers wilt weten ga dan naar de website Koikarpers
|
|