DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
Het Ree
Reeën leven in loof- en gemengde bossen met afwisselend struikgewas en openplekken, maar ook aan bosranden, in vochtige rivierbossen en akkerland.
In bergen komen ze tot aan de boomgrens voor.
Hun verspreidings gebied betreft heel West- en Midden-Europa.
Ze komen in zeer grote aantallen voor, en de populatie groeid nog steeds ondanks de jacht en het steeds drukker wordende verkeer.
Met gestrekte hals is de ree 1 tot 1,4 meter lang.
De schofthoogte bedraagt maximaal 75 cm.
`s Zomers heeft hij een roodbruine en `s winters een grijsbruine vacht.
De spiegel op het achterste deel van het lichaam is `s zomers gelig en `s winters helder wit.
De staart is zeer kort en nauwelijks te onderscheiden en de kalfjes hebben op de rug witte vlekken.
Reebokken hebben een kort gewei van meestal zes enden (punten) dat ieder jaar in oktober of november word afgeworpen.
In april of mei is het nieuwe gewei volledig ontwikkelt.
Reeën gaan vooral in de ochtend- en avondschemering op zoek naar voedsel.
In gebieden waar ze niet worden gestoord zijn ze echter ook overdag actief.
`s Winters leven ze in groepen van 3 tot 30 dieren.
`s Zomers leven ze solitair, zowel bokken als hindes hebben dan een eigen terretorium dat ze markeren door met hun kop tegen boomstammen en takken te wrijven.
Indringers worden met geweld verjaagd.
De terretoria van de vrouwtjes overlappen vaak die van de mannetjes.
De paartijd is in de maanden juni en juli 11 maanden later worden een of twee kalfjes geboren.
Ze kunnen al na enkele minuten staan en lopen maar verschuilen zich nog enkele weken in dicht struikgewas waar ze door hun moeder worden gezoogd.
Na enkele weken lopen ze met de moeder mee die ze nog zo`n 2 à 3 maanden zoogd.
Ze blijven bij hun moeder tot deze nieuwe jongen krijgt.
Het voedsel van het ree bestaat voornamelijk uit bladeren, knoppen en kruiden maar af en toe eten ze ook vruchten.
|
|