De Wilde Eend
Alleen vrouwtjes kunnen kwaken, mannetjes fluiten of maken wat zachte geluiden.
De Wilde eend behoort tot de grondeleenden, ook wel zwemeenden genoemd.
Deze eenden staan vaak met hun kop onder water te zoeken naar voedsel (grondelen).
In ons land broeden ongeveer 308.000 paar wilde eenden.
De meesten blijven hun hele leven in ons land.
Veel Wilde eenden uit Noord-Europa brengen de winter in Nederland door, dan bivakkeren hier regelmatig zo'n miljoen Wilde eenden.
Tussen de donsveren wordt lucht vastgehouden om het drijfvermogen te verhogen.
De eend zwemt als het ware met opgevouwen vleugels in een donzen roeiboot.
Het brede lichaam blijft bij wind en golfslag gemakkelijk in balans.
Wilde eenden duiken niet gauw en meestal niet dieper dan een meter.
Daarna worden de vleugels zorgvuldig druppelvrij gemaakt.
Dankzij hun lange en spitse vleugels kunnen ze vrijwel loodrecht uit het water opstijgen.
Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de duikeenden die een lange aanloop nodig hebben om te kunnen opstijgen.
Het zijn slagvliegers en ze kunnen niet zweven, maar behoren wel tot de snelste vliegers van het vogelrijk.
In de wintermaanden is het gedrag dat hoort bij verliefd, verloofd en getrouwd goed te volgen.
Het begint met bijeenkomsten van mannetjeseenden, de woerden, op het water.
Ze proberen indruk op elkaar te maken door allerlei dansjes op te voeren en door veelvuldig met hun snavel te wijzen naar hun fraai gekleurde spiegel.
De vrouwtjes volgen dit pronken en stoer doen nauwlettend.
Als een mannetje voor een bepaald vrouwtje valt, maakt hij zijn liefde duidelijk door onder meer regelmatig met zijn snavel druppels water in de richting van zijn uitverkoren vrouwtje te gooien.
Wanneer ze eenmaal verkering hebben, wijst het vrouwtje met haar snavel de mannetjes aan die door haar geliefde weggejaagd moeten worden.
Nadat het huwelijk is gesloten, wordt er dagelijks op het water gepaard.
Zonder water is er ook geen paring, na een paring zwemt het mannetje een rondje om z'n vrouwtje en vervolgens nemen ze een bad.
In maart maken ze verkenningsvluchten om een geschikte woning te zoeken.
Het mannetje beslist uiteindelijk waar de woning komt.
Het vrouwtje zorgt voor de inrichting van het nest en legt zo'n tien eieren.
Deze eieren worden uitsluitend door het vrouwtje bebroed omdat zij in tegenstelling tot haar man goede schutkleuren heeft.
Eerst blijft de woerd nog in de buurt van het nest.
Vaak begeleidt hij zijn vrouwtje als ze het nest even verlaat voor haar ontbijt en avondmaal.
Na een week houdt het mannetje het voor gezien en verlaat voorgoed zijn vrouwtje.
Een woerd ziet dus nooit zijn eigen jonkies.
Op het water is de eend voor roofdieren moeilijk te vangen.
Maar om te broeden moet het wijfje het land op.
Daar is ze kwetsbaar, al is ze uitstekend gecamoufleerd.
Eendenkuikens moeten vaak aan land om te rusten, in sloten en vijvers met steile oevers verdrinken vaak veel jonge eendjes die kunnen de kant niet opkomen en raken uitgeput.
Wilde eenden eten in de wintermaanden voornamelijk gras.
In het voorjaar worden Wilde eenden vleeseters, ze eten dan onder andere slakken en waterinsecten.
's Zomers en in de herfst gaan ze weer over op een vegetarisch dieet dat vooral bestaat uit zaden van grassen en granen.
Eendenkuikens eten allerlei kleine diertjes, zoals muggen en waterslakjes.
Wilde eenden zoeken vooral 's nachts naar voedsel omdat eendjesvoeren overdag gebeurt, denkt men vaak dat eenden overdag voedsel zoeken.
Veel eenden verlaten tegen de avond echter het water en vliegen dikwijls voor hun maaltijd naar het boerenland.
Tegen de ochtend keren ze huiswaarts en gaan dan slapen.
's Middags nemen ze uitgebreid een bad en wordt er druk gepoetst.
Boven hun staart hebben ze een vetklier dat is een soort tube met vet.
Daarmee smeren ze dagelijks met hun snavel de veren in, zo blijft het verenpak waterdicht.
Als eenden grondelen zuigen zij met hun vlezige, gevoelige tong water op door de snavelspits en slaan dit met gesloten snavel via de randen weer naar buiten.
Hierdoor ontstaat het bekende snaterende en/of slobberende geluid.
Het voedsel is voornamelijk plantaardig.
Zwemeenden gaan vooral 's nachts op zoek naar eten voedselvluchten vinden plaats over 10 km en meer.
Een vogelveer is een wonderlijk staaltje van vernuft.
Het weegt bijna niks, is veerkrachtig, waterafstotend en isolerend.
Het enige nadeel is dat een veer slijt en daarom ruilen vogels minstens één keer per jaar hun oude verenpak in voor een nieuwe dit wordt de rui genoemd.
Eenden verliezen in korte tijd alle grote veren vanuit hun vleugels en kunnen een maand lang niet vliegen.
Mannetjes krijgen dan hetzelfde bruine onopvallende verenkleed als vrouwtjes, zodat ze in deze kwetsbare tijd niet opvallen.
Ze zijn 's zomers dus wel aanwezig maar worden door hun bruine outfit niet herkend als mannetjes.
Alleen aan de groengele kleur van de snavel kun je zien dat het een mannetje is, vrouwtjes hebben een bruinoranje snavel.
Pas in september krijgen de mannetjes hun mooie prachtkleed terug.