DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
De Lynx
Lynxen rennen zelden, maar zijn onvermoeide lopers, die vele kilometers lang het spoor van hun prooi kunnen volgen.
Omdat het goede klimmers zijn liggen ze ook wel op de loer in bomen en laten zich op een voorbijkomend prooidier vallen.
Dikwijls liggen ze in een hinderlaag met hun brede voeten kunnen ze gemakkelijk over zachte grond of sneeuw lopen.
De lynx maakt een jankend geluid, dat wij kennen van onze huiskaters, maar dan harder.
Binnen zijn territorium bedekt een lynx zijn urine en uitwerpselen met aarde, maar bij de grenzen ervan doet hij dit op opvallende plaatsen zoals op een heuveltje.
De uitwerpselen dienen dan als een soort grenspalen.
De lynx dood zijn prooi door een beet in de nek, waardoor de nek gebroken wordt, of door een dubbele beet, in de schouders en in de nek.
Bij beide methoden volgt de dood onmiddellijk.
De paartijd begint in maart, de jongen worden geboren na een draagtijd van ongeveer 70 dagen.
De jongen worden volledig behaard, maar blind geboren De ogen gaan na 10 dagen open en de zoogperiode duurt 2 maanden, ze blijven daarna toch nog 8 maanden bij de moeder.
Hoewel de welpen vrij ver ontwikkeld worden geboren, gaat de ontwikkeling na de geboorte nogal langzaam.
Zels 8 maanden na de geboorte hebben zij nog melktanden en hun klauwen zijn nog zwak.
De jongen leven van kleine knaagdieren en van voedsel dat door de moeder wordt aangebracht.
De wijfjes zijn na een jaar geslachtsrijp.
Naar schatting zijn er ongeveer 2.000 lynxen in Scandinavië, waarvan ruim 1.500 in Zweden.
Het verspreidingsgebied beslaat het grootste deel van Zweden, behalve de eilanden Öland en Gotland en de meest zuidelijke delen van het land.
En de grootste dichtheid (meer dan 1 lynx per 100 km²) vindt men in Midden Zweden van Örebro en Värmlands län in het zuiden tot Västernorrlands en Jämtlands län in het noorden.
De 500-700 lynxen in Noorwegen zijn over grote delen van het land verspreid.
Een vermindering van de voortplanting is de laatste vijf jaar geconstateerd in het noordelijk verspreidingsgebied met voornamelijk rendieren als prooidieren, terwijl een verhoging van de voortplanting is geconstateerd in het zuidelijk verspreidingsgebied met voornamelijk reeën als prooidieren.
|
|