DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
De Garnaal
De gewone garnaal, ook wel Hollandse garnaal genoemd, is de meest bekende garnaal die je bij de visboer kunt krijgen.
Behalve door de mens wordt de garnaal gevangen door sepia`s (soort inktvis), bodemvissen (schol, tong e.d.), jonge zeehonden en allerlei vogels.
's Zomers leven ze dichtbij de kust, waar de zon het water op temperatuur heeft gebracht.
Ze kunnen zich erg snel ingraven met behulp van hun tien looppootjes.
In de wintermaanden trekken ze verder de zee in, in gebieden die nog niet zijn afgekoeld.
De gewone garnaal kan allerlei zoutgehaltes en temperaturen verdragen.
Hij kan leven in water met een temperatuur rond het vriespunt, maar ook in water van 30 graden Celcius.
Hij komt ook veel voor in brak water (half zoet, half zout).
De garnaal legt jaarlijks zo'n 14.000 eieren die zij op haar buik meedraagt.
Wanneer de larven uitkomen, drijven deze een paar weken rond in het water om vervolgens op wadplaten verder te groeien.
De larven doorlopen 5 larvenstadia vóór ze als jonge garnaal naar de bodem zakken. Na een jaar zijn ze geslachtsrijp.
Sommige soorten garnalen zijn het eerste levensjaar vrouwelijk en worden daarna mannelijk.
Bij de gewone garnaal is dat niet het geval.
Er zijn zo veel garnalen dat ze belangrijk zijn, zowel als opruimer en roofdier als voedselbron.
De garnaal kan aangeven hoe groot de invloed van de visserij op het milieu is en hoe het staat met de kinderkamerfunctie van riviermondingen en kustwateren.
De garnalenstand blijkt sterk te schommelen.
Vergeleken met de periode 1980-1982 was de stand in de periode 1992-1994 kleiner geworden, maar na 1995 nam de stand weer sterkt toe.
Door deze grote natuurlijke variatie in de aantallen is het moeilijk te zeggen of de daling van de garnalenstand een werkelijke daling is of dat er sprake is van één slecht jaar.
De visserij op Noordzeegarnaal gebeurt met kotters die zijn uitgerust met zogenaamde boomkornetten; netten die naast de kotter worden voortgesleept.
Direct nadat de garnalen aan dek zijn gebracht worden ze gekookt, waardoor ze de bekende roze kleur en gekromde vorm krijgen.
Garnalen zijn niet vet maar hebben een hoog eiwitgehalte tot wel 25%.
Garnalen worden het hele jaar door gevangen, met duidelijke pieken in april/mei en in de herfstmaanden.
De garnalenstand verschilt van jaar tot jaar en soms ook van seizoen tot seizoen.
Die variatie kan zowel een natuurlijke als een menselijke oorzaak (overbevissing) hebben.
Ook speelt de aanwezigheid van vijanden (zoals kabeljauw, wijting en schar), de watertemperatuur en het voedselaanbod mee.
Er zijn tientallen soorten garnalen die voorkomen in het zeewater.
Naast de gewone garnaal, bekend van het duwnetje op het strand en als 'Hollandse garnaal' van de visboer, zijn er ook steurgarnalen.
Steurgarnalen worden bij de visboer wel verkocht als "Noorse garnalen".
Steurgarnalen hebben vaak een voorkeur voor rustig water, zoals in havens, oesterputten en getijdenpoeltjes.
Er is een brakwatersteurgarnaal, die vaak bijzonder talrijk is in geulen van kwelders, en in brakke sloten.
In hun eerste levensjaar zijn alle steurgarnalen mannelijk, in latere jaren worden ze vrouwtjes.
In de diepere, verder van de kust gelegen delen van de zuidelijke Noordzee zijn de Crangon allemani en de gestreepte zandgarnaal (Pontophilus fasciatus) de meest algemene soorten garnalen.
Ze nemen daar steeds meer de plaats in van de gewone garnaal.
De laatste jaren wordt de roodsprietgarnaal (Palaemon adspersus), gedurende een paar weken per jaar, door palingvissers in de Grevelingen massaal aangetroffen als bijvangst in hun fuiken.
In de geulen van de Waddenzee en de kwelders leven brakwatergarnalen.
|
|