DierenPlaza.nl
  • Toevoegen aan Favorieten
  • Home











  • De Bladluis
    Ze komen in grote grote groepen voor op vooral jonge delen van planten.
    En ze hebben maar één natuurlijke vijand en dat is het lieveheersbeestje.
    Aan hun eigen verdediging doen ze weinig, dat wordt overgelaten aan hun gastheren, de mieren. Hun mondapparaat is uitgerust met een snavel (rostrum), waarmee ze kunnen prikken en zuigen.
    De onderlip is langer dan de bovenlip, in de onderlip zit een gleuf, waarin steekborstels zitten.
    Met deze steekborstels kunnen weefsels, zelfs zeer harde, worden doorboord.
    Elk van de twee kaken heeft een holte, die niet met elkaar verbonden zijn.
    Het ene kanaal dient om lymfe uit de weefsels te zuigen en als adempomp.
    Het andere kanaal om speeksel in het weefsel te brengen. De snavelinsecten zijn eierleggend, eierlevendbarend of levendbarend.

    Bladluizen hebben een jaarcyclus, buiten overwinteren ze als eieren op planten.
    In het voorjaar worden daaruit ongevleugelde stammoeders geboren, die zonder bevruchting levende luisjes baren, sommige met en andere zonder vleugels.
    De gevleugelde luizen vliegen naar allerlei planten, zoals geraniums, fuchsia's, aardappels de meest uiteenlopende gewassen van allerlei plantenfamilies.
    Daar gaat het baren van kleine luisjes steeds door.
    Gevleugelde luizen trekken weer naar andere planten, net zo lang tot het weer koud wordt en er ineens ook mannelijke luizen worden geboren.
    Deze bevruchten de laatste generatie vrouwtjes, die leggen weer wintereieren op een winterwaardplant (een boom of struik) waar ze weer wachten op het voorjaar.
    Maar als planten 's winters worden binnengehaald, zoals fuchsia's en geraniums, blijft de cyclus van steeds weer ongeslachtelijk luisjes baren eindeloos doorgaan.
    De jongen verwisselen enkele keren van gedaante, ze gaan er anders uitzien.
    In het eerste stadium vinden 2 à 3 verwisselingen plaats, hierna komen ze in het nymfestadium met nog eens 3 tot 7 verwisselingen.
    Als volwassen luis doen ze niets anders dan eten en zich vermenigvuldigen.
    Voor hun eigen verdediging kunnen ze een soort was uitscheiden, dat via de twee buizen aan het achterlijf naar buiten komt.
    Dit verlamt tijdelijk de aanvaller en sommige luizen smaken zo vies dat de larve van een lieveheersbeestje ervan gaat overgeven als hij er een probeert op te eten.

    Bladluizen kunnen planten erg beschadigen. Dit komt omdat ze met velen zijn en zo snel de plant kunnen "leegzuigen". Bladeren worden glimmend en plakkerig, ze gaan verwelken je gaat verkleuringen of vervormingen aan de bladeren Het kan zover gaan dat de plant zal afsterven. Binnenshuis hebben bladluizen vrij spel, maar buiten worden ze door een aantal natuurlijke vijanden binnen de perken gehouden. Dit zijn lieveheersbeestjes, maar ook zweef- en gaasvliegenlarven, eten bladluizen. De mieren gebruiken luizen als 'koeien'; ze zuigen de zoete uitwerpselen van de luis op.
    Die uitscheiding wordt honingdauw genoemd dit is een glibberige en plakkerige suikerafscheiding.
    Blijft deze suikerafscheiding (honingdauw) op de bladeren liggen, dan gaan er schimmels op groeien.
    De bladeren gaan hierdoor een zwarte, roetachtige kleur krijgen dit heet roetdauw. Mieren prikkelen bladluizen door ze over het achterlijf te strelen.
    Omdat ze de uitscheiding door de suiker zo lekker vinden, verdedigen ze hun bladluizenkolonie tegen ongewenste indringers van dezelfde soort.
    Soms ook worden bladluizen door de mieren van hun vleugels beroofd en meegenomen in de mierenhoop om daar een kolonie bladluizen te stichten.
    Ook brengen mieren soms bladluizen op bepaalde planten om van ze te kunnen profiteren.












    Contact - Disclaimer - Bookmark deze Site
    www.dierenplaza.nl 2005 - 2009 ©
    powered by ifws.nl