DierenPlaza.nl
Toevoegen aan Favorieten
Home
De Aalscholver
Aalscholvers zijn viseters die erom bekend staan dat zij erg goed naar vis kunnen duiken.
Dat doen ze zowel in zoet, zout als brak water.
Ze kunnen tot langer dan een minuut onder water blijven en ze zwemmen met behulp van de zwemvliezen aan hun poten achter de prooi aan.
De staart doet dan dienst als roer in water van 1 tot 3 meter diep duikt hij naar vis, schaaldieren en amfibieën.
Wanneer de vogel een vis pakt neemt hij deze eerst mee naar de oppervlakte. en daar slikt hij hem dan door.
Na een succesvolle jacht gaat de aalscholver naar een rustige plekje aan de oever.
De aalscholver heeft niet zo'n goede waterafstotende vetlaag als andere watervogels.
Daarom zit de aalscholver vaak met gespreide vleugels in de zon om op te drogen.
Het verenkleed van de aalscholver is waterdoorlatend, omdat hij anders niet zou kunnen duiken.
Aalscholvers zijn zeer sociale dieren.
Ze broeden dicht naast elkaar, in kolonies, op rotsrichels aan zee of in bomen aan meren of kusten, plaatselijk in rietvelden of op grond.
Het nest bestaat uit takken en het legsel van de aalscholver bestaat uit 3 of 4 blauwe, met een krijtlaag bedekte eieren van 50 gram.
Ze worden 23 tot 25 dagen bebroed bij het uitkomen van de eieren zijn de jongen naakt en zwart, en ze hebben een roze kop.
Beide ouders zorgen voor het onderhoud van het nest, het broeden en het voeren van de jongen.
De jongen vliegen reeds na minder dan twee maanden uit.
Het volwassen verenkleed krijgen ze pas als ze twee jaar of nog ouder zijn en dan pas gaan ze voor het eerst op zoek naar een partner.
De Aalscholver is eeuwenlang achtervolgd door vissers en anderen vanwege de grote hoeveelheid vis die de vogel zou eten.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw waren er in Nederland nog 1150 broedparen.
Er waren nog maar twee kolonies in Wanneperveen en bij het Naardermeer.
Pas na de zestiger jaren werd de aalscholver beschermd.
Begin deze eeuw zijn er weer 25 kolonies permanent bezet en zo'n 10 kolonies die één of meer jaren bezet zijn.
De grootste kolonie vind je in de Oostvaardersplassen met maximaal 8600 paren.
Tegenwoordig zie je aalscholvers ook in nieuwbouwwijken, waar vijvers aangelegd zijn.
Als aalscholvers vliegen vormen ze een V-formatie.
Alleen in heel koude winters trekken de Nederlandse aalscholvers weg naar Frankrijk, Spanje en naar de westelijke Middelandse Zee tot in Tunesië.
In normale winters wordt de Nederlandse populatie aangevuld met dieren uit vooral Denemarken.
In Afrika en Azië worden afgerichte aalscholvers gebruikt om voor de mens vis te vangen, een ring rond de hals voorkomt dat ze de prooi zelf inslikken.
|
|